In het Van Gogh Nationaal Park draait alles om de verbinding tussen natuur, landschap en verbeelding. Net als Vincent van Gogh kijken we met aandacht naar de kleuren, vormen en het leven om ons heen. In het Brabantse landschap leven bijzondere dieren en planten die typerend zijn voor deze streek. Deze icoonsoorten vertellen het verhaal van een levend landschap vol biodiversiteit, verwondering en beweging.
De klaproos (Papaver rhoeas), is een opvallende, eenjarige wilde bloem die bekend staat om zijn felrode kleur en tere blaadjes. Ze bloeien meestal van mei tot juli en zijn veel te vinden in bermen, op akkers en in zonnige tuinen. Klaprozen zijn een essentiële bron van stuifmeel voor bijen, hommels en kevers, maar produceren geen nectar. De felle rode kleur lokken bestuivers, die massaal op de enorme hoeveelheid stuifmeel afkomen en zorgen voor de noodzakelijke kruisbestuiving
Klaprozen groeien vaak op verstoorde grond, wat hen een uniek karakter geeft. Ze bloeien op plekken waar andere planten het moeilijk hebben. Dit laat ons zien dat zelfs na moeilijke tijden er altijd ruimte is voor vernieuwing en groei. De klaproos herinnert ons eraan dat hoop altijd kan opbloeien, zelfs in de meest onverwachte situaties. Daarom zijn we heel benieuwd waar de klaprozen groeien en bloeien in het Van Gogh Nationaal Park.
Hoe te herkennen:
De bloem bestaat meestal uit vier felrode blaadjes, die aan de basis vaak een donkere tot zwarte vlek hebben. De bloemblaadjes zien er gekreukt uit wanneer ze net uit de knop komen. De stengels zijn behaard, dun en kunnen tot 80 cm hoog worden. Na de bloei ontwikkelt de plant een opvallende, kale, bolvormige tot eivormige zaaddoos
De ijsvogel blijft voor veel mensen een geweldige beleving om te zien. Mocht je een hoge heldere fluitende toon horen kijk dan snel op en schijnt ook de zon en valt die op zijn verenkleed dan zie je werkelijk een prachtig blauw oranje flits recht over het wateroppervlak voorbijvliegen met een snelheid tot wel 80 km per uur.
De Nederlands naam is afgeleid van de Germaanse naam Eisenvogel wat ‘ijzervogel’ betekent en mogelijk zo vernoemd door de metaalachtige glans van het blauwe verenkleed. Een andere verklaring voor de naam is dat de ijsvogel vaak ‘s winters bij het ijs wordt gezien om uit een wak vis te vangen.
IJsvogels hebben de voorkeur voor zoet stromend helder water maar broeden ook aan stilstaand water als er genoeg voedsel in de buurt aanwezig is. Want dit vogeltje eet dagelijks zijn eigen gewicht aan vis. Elke ijsvogel heeft een paar voorkeur uitkijkplaatsen vanwaar hij naar een maaltje zoekt. Ze kunnen heel goed berekenen waar het visje heen zwemt en halen daar hun prooi uit het water, petje af hoor. Het visje wordt eerst tegen een tak geslagen voordat het doorgeslikt wordt.
IJsvogels worden over het algemeen als geluksvogels beschouwd, en het horen van hun roep zou een voorteken zijn van aanstaand succes. Nou, ik weet niet of dat klopt, maar het horen van hun roep betekent wel dat je dichtbij bent om die ongrijpbare flits van elektrisch blauw te zien die je je leven lang zult herinneren.
Hoe te herkennen:
De ijsvogel is niet te verwisselen met andere vogels, de vogel is uniek zowel wat lichaamsbouw als kleur betreft. Vaak ziet men echter niet veel meer dan een metaalblauwe flits of krijgt men alleen zijn luide fluitende roep te horen. De ijsvogel is een viseter die gebonden is aan stilstaand of langzaam stromend zoet water. De nesten worden uitgegraven in steile, zandige oevers.
Om deze vogel ook echt te kunnen zien of horen zul je geduld en geluk moeten hebben. En geduld kun je weer leren van de ijsvogel. Omdat ijsvogels vaak rustig aan de waterkant zitten en wachten op hun prooi, wordt geduld vaak geassocieerd met dit dier.
Een bijzonder soort insect wat vooral leeft in een gezonde bodem en ook daarvoor zorgt. En hierdoor ook een passende icoonsoort voor het Van Gogh Nationaal Park.
De gewone mestkever heeft een zeer bol achterlijf, en is altijd zwart en glanzend. Typisch zijn de kleine kop, korte maar sterk geveerde antennes en de glanzende, zeer stekelige poten. Deze soort leeft in bossen, hooilanden en heidevelden, waar met de stevige poten mestballen worden gevormd uit mesthopen en koeienvlaaien voor zowel eigen consumptie als voor de larven. Daarmee ook het sterkste insect ter wereld, het kan de mestballen met 1000 keer haar eigen gewicht verplaatsen. De mestballen worden ondergronds in een tunneltje gebracht dat tot 60 centimeter diep kan zijn. Deze kever graaft een tunnel met meerdere kamertjes waarin naast een voorraad mest in ieder kamertje een enkel ei wordt gelegd. Hier ontwikkelt de engerling-achtige larve zich, die het eigen gewicht aan mest eet per dag. Deze larve is wit van kleur, heeft een oranje kop en een typische C-vorm. Tegen het eind van de zomer vindt verpopping plaats maar de volwassen kever komt pas het volgende voorjaar naar boven.
De mestkever had niet alleen een praktische, maar ook een symbolische betekenis. De Egyptenaren geloofden dat de mestkever door generatie uit bolletjes mest ontstond. Ze wisten niet dat de oude kevers daarin hun eitjes hadden gelegd. Het diertje gold dan ook als een symbool van opstanding en nieuw leven.
Hoe te herkennen:
De gewone mestkever heeft een zeer bol achterlijf, en is altijd zwart en glanzend. Typisch zijn de kleine kop, korte maar sterk geveerde antennes en de glanzende, zeer stekelige poten. Deze soort leeft in bossen, hooilanden en heidevelden, waar met de stevige poten mestballen worden gevormd uit mesthopen en koeienvlaaien voor zowel eigen consumptie als voor de larven.