Project Brabants Bodem vliegende start

Interview met projectmanager Rob Schrauwen

Ook het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Voedsel ondersteunt de samenwerking door partner te worden in het project Brabants Bodem, een van de hoofdpijlers van het Van Gogh NP. Het ministerie van LNV heeft daarvoor 4,5 miljoen euro gereserveerd. In Brabants Bodem wordt door een regionale ketenaanpak met een groot aantal partijen gewerkt aan een transitie van het platteland. Daaraan wordt reeds voortvarend gewerkt, zoals blijkt uit de aanstelling van de projectmanager Rob Schrauwen.

Je bent net projectleider Brabants Bodem geworden. Stel jezelf even voor:

Mijn naam is Rob Schrauwen (1958), afgestudeerd in Wageningen. De laatste 20 jaar heb ik gewerkt als senior projectleider bij ZLTO te Den Bosch op het gebied van (grensoverschrijdend) waterbeheer met België en Duitsland, bodembeheer, randenbeheer, agrarisch natuurbeheer, ondernemend natuurnetwerk, integrale gebiedsontwikkeling. Het ging vaak om projecten in de opstart, de eerste fase van het innovatieproces van nieuwe aandachtvelden voor land- en tuinbouw. Robuuste projecten, omvangrijk en veelal complex. Uitvoering geschiedt vaak in samenwerking of co-creatie met andere NGO’s en overheden.

 

Kun je in het kort vertellen wat Brabants Bodem inhoudt?

Met Brabants Bodem willen we op de eerste plaats de (regionale) relatie tussen producent en consument herstellen, het toch al unieke Brabantse natuur-en cultuurlandschap verbeteren en daarbij ook nieuw perspectief bieden aan boeren.  We willen dat de agrariërs weer waardering krijgen en goed de kost kunnen verdienen. De bodem is daarbij vitaal en kringlopen zijn gesloten. De landbouw is economisch duurzaam en zoveel mogelijk circulair. Dat alles moet een nog mooier en beter landschap opleveren waar het goed wonen, werken en recreëren is. Niet alleen noodzakelijk voor het platteland, maar ook in de stad.

Welke partijen zijn erbij betrokken?

Brabants Bodem wordt ondersteund door veel partijen. Dat duidt in dit stadium van het project al op draagvlak in de samenleving, maar maakt het ook een complexe uitdaging. Direct betrokken partners zijn op dit moment: Het ministerie van LNV, de Provincie Noord-Brabant, de Zuidelijke Land- en Tuinbouw Organisatie, Brabants Landschap, de Brabantse Milieufederatie, de Waterschappen, Gemeenten, Collectief Agrarisch Natuurbeheer Midden-Brabant, Louis Bolk Instituut en de Rabobank. Behalve het ministerie betreft het allemaal partners uit het ‘gebied’ van Van Gogh Nationaal Park.

 

Hoe ziet het project eruit?

Het is een programma waar we een samenwerkingsproces op gang willen brengen tussen betrokken partijen. In mijn ogen moet het gevolg zijn dat deze samenwerking ervoor zorgen dat ondernemers gefaciliteerd worden in combinatie met een mooier landschap, gezonde bodem en biodiversiteit.

 

Wat is de aanpak?

Partijen verleiden deel te nemen in projecten waar land- en tuinbouw en afzetmarkten elkaar ontmoeten. Boeren en tuinders als leverancier van goede een gezonde voeding en sierteeltproducten. Maar ook als leveranciers van zorg, recreatie, energie, een aantrekkelijk landschap, biodiversiteit en CO2 binding.

 

Een veelheid aan analyses, gesprekken, maar vooral ook projecten tussen partijen in de hele productie en afzetketen. Welke acties worden opgepakt en met welke sectoren wordt bepaald in een uitvoeringsteam in samenspraak met de Stuurgroep waarin de partners zijn vertegenwoordigd.

Wat is het tijdpad en aan wat voor soort resultaten moeten we denken?

Vanaf nu 6 jaar. Kunnen we bestaande en nieuwe diensten voor de samenleving ontwikkelen die aansluiten bij de vraag van nu en morgen? Een zoektocht naar een toekomstbestendige markt, schoon water en een schone lucht, een gezonde bodem, meer biodiversiteit, vitale natuur en recreatief aantrekkelijk en klimaat bestendig landschap. En ook een landschap gebaseerd op ondernemerschap, nieuw verdienvermogen en gezamenlijke Brabantse trots.

Hoe kijk je tegen het partnership met LNV aan?

Buitengewoon positief. Een gebiedsaanpak met alle partijen die een belang hebben bij of op het platteland. Ook heel specifiek de samenwerking tussen de 4 overheden gemeenten, provincie, waterschappen en rijk.